In 1973, dus 35 jaar geleden, promoveerde dr. W.J.H. Berendsen op een onderzoek naar de meest geschikte poetsmethode voor kinderen. Daaruit bleek dat als er in de mond van een kind heel weinig of geen plaque te vinden is, het er eigenlijk niet toe deed hoe er werd gepoetst. (Wel weten we tegenwoordig dat behalve op de aanwezigheid van plaque ook op slijtage door het gebruik van een harde borstel of het te krachtig hanteren van de tandenborstel dient te worden gelet. Want poetstraumata treden soms ook op bij kinderen.) Daarnaast stelde Berendsen vast dat van de vier door hem onderzochte methoden (waaronder de toentertijd door het Ivoren Kruis geadviseerde rolmethode) de horizontale schrobmethode de beste resultaten opleverde. Deze laatste methode is dan ook door het Ivoren Kruis overgenomen.
De hulp van de ouders bij het tandenpoetsen bleek onontbeerlijk. Dus ouders moeten zelf poetsen of moeten napoetsen bij hun kinderen. Dat laatste is vaak beter, omdat het meer ruimte laat voor de groei naar zelfstandigheid van het kind.
Dat communicatie over gebitsverzorging veel meer inhoudt dan mondhygiëne-instructie wordt soms onvoldoende begrepen. De essentie van communiceren zit in het contactmaken.