Persoonlijkheidsstoornissen kunnen in drie groepen verdeeld worden:
-
Cluster A wordt gekenmerkt door vreemde of excentrieke gedragingen en bestaat uit paranoïde-, schizoïde- en schizotypische-persoonlijkheidsstoornissen. Deze groep stoornissen lijkt sterk op schizofrenie, maar wanen en hallucinaties ontbreken.
-
Cluster B heeft dramatische, emotionele, of onvoorspelbare gedragingen gemeenschappelijk en bestaat uit de antisociale-, borderline-, histrionische- en narcistische-persoonlijkheidsstoornissen.
-
Bij cluster C staat angst en/of vermijding centraal en hiertoe behoren de vermijdende-, afhankelijke- en dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis.
Persoonlijkheidsstoornissen ontstaan in een wisselwerking tussen biologische, psychologische en sociale factoren.
Specifieke psychotherapievormen zijn voor deze stoornissen de aangewezen vorm van behandeling: psychodynamische (overdrachtsgerichte en mentaliseren bevorderende therapie), cognitief-gedragstherapeutische (dialectische gedragstherapie) en een integrale aanpak (schematherapie). Met deze betrekkelijk recente vormen van psychotherapie zijn de resultaten van behandeling bij persoonlijkheidsstoornissen verbeterd. Blijvende veranderingen in de persoonlijkheid vragen echter jarenlange, intensieve therapie. Een aantal persoonlijkheidsstoornissen wordt vanaf het veertigste levensjaar vanzelf minder.