Mevrouw Vos is drie maanden geleden op controle geweest. Er zijn opnieuw foto’s gemaakt, de medische vragenlijst is weer nagelopen en er is een beetje tandsteen verwijderd. Verder was alles in orde. Nu heeft ze kiespijn en zit ze erg nerveus bij de tandarts.
Tijdens het mond- en röntgenonderzoek blijkt er een peri-apicaal abces aan de 15 te bestaan. Er wordt een voorstel gedaan om het element te behouden met behulp van een endo. De patiënt is echter te bang voor zo’n langdurige behandeling en extractie is uiteindelijk de gekozen therapie. Gaandeweg wordt de patiënt onrustiger. Nog voordat er anesthesie is gegeven, klaagt ze dat ze zich zo beroerd voelt en dat ze zo’n drukkend gevoel op haar borst heeft!
De tandarts legt de anesthesie weer terug op de tray om te peilen wat er precies aan de hand is. Bij navraag vertelt de patiënte dat ze daar tegenwoordig steeds vaker last van heeft, en dat ze minder goed reageert als ze dan haar ‘tabletje onder de tong’ inneemt. Binnenkort wil ze daarvoor naar de huisarts.
Uit haar verhaal blijkt dat ze op dit moment lijdt aan een instabiele angina pectoris. Dit betekent dat de hartfunctie dermate verslechterd is, dat er nu in deze stressvolle omstandigheden een extra grote kans bestaat op een hartinfarct.
Indien naar aanleiding van de bekende angina pectoris de gezondheidstoestand van de patiënte was doorgesproken, was deze informatie vrijwel zeker al bekend geweest voor aanvang van de behandeling.
De tandarts had dan meteen geweten dat er geen enkele tandheelkundige ingreep uitgevoerd mocht worden. De medische situatie van de patiënt is daarvoor te ernstig.
De schriftelijke anamnese moet dus ook gebruikt worden als hulpmiddel om bij bestaande ziekten de huidige stand van zaken te checken. Dit kan onder andere met de vraag of er in de afgelopen tijd nog iets aan de gezondheid veranderd is, of door ‘hoe gaat het er nu mee?’ te vragen. (Ook bij patiënten bij wie reeds een eerdere volledige anamnese is afgenomen, moet altijd naar de huidige stand van zaken gevraagd worden.)
Gelukkig werd in dit geval op tijd de behandeling gestaakt. Het is evenwel niet prettig je voor te stellen wat er had kunnen gebeuren, als de patiënte na de verdoving in de wachtkamer had moeten wachten ‘tot het goed was ingewerkt’ en daar onwel was geworden.